zaterdag 7 januari 2017

De opruim-uitdaging: volbracht!

"Dat zou mij nooit lukken", heb ik enkele keren gehoord.
Ik heb telkens geantwoord: "Jawel."

496 stuks weghalen was lastig, leek bij momenten onhaalbaar 
(vooral op 31 december toen ik nog 120-tal stuks te doen had)
en was behoorlijk tijdsintensief, 
maar het is gelukt,
én haalbaar voor iedereen, volgens mij.

Meest opvallende vaststelling:
het is niet te merken in huis. Helemaal niet. Van geen kanten.

Oké, er staan wat minder glazen en kopjes in de kast,
maar we hebben er nog altijd meer dan genoeg. 
Ik heb een stuk of 20 stuks uit mijn kleerkast weggedaan, 
maar het valt niet op. 

Ik heb dekens, kookboeken, sleutelhangers, boeken, 
een handtas, posters, balpennen, verdoogde verf, speelgoed, een plant, 2 paar pantoffels, 
drinkflessen, boterhamdozen, kalenders, onderleggers, laarsjes, 
knutselwerkjes, recepten die ik toch nooit zal maken,


en noem maar op weggedaan,
en het is er niet aan te zien.

Conclusie: we hebben dus duidelijk veel te veel in huis.

Als je zoveel kan wegdoen 
(en er is méér dan 496 weg, want ook Palle en Marijs deden mee, 
en ik heb vaak 10 stuks van hetzelfde voor 1 geteld)
en je merkt het niet, dan heb je misschien gewoon teveel.

Ik wist dat al, en nu heb ik het gevoeld, en dat voelen is duidelijk overtuigender, amai.
Door het te voelen, was het ook gemakkelijker om spullen los te laten.
Kleren waarvan ik al langer wist dat ik ze niet meer graag droeg,
maar die ik toch de kast niet uitkreeg, 
verdwenen nu zonder ook maar enige aarzeling.

Slechts over 1 item heb ik gepiekerd: de fiets van mijn meme.


Ik heb haar er altijd mee weten rijden, 
en toen ik op kot ging in Gent, 
kreeg ik hem mee - in een ander kleurtje natuurlijk. 

Eigenlijk was hij iets te klein voor mij, 
en er waren ook geen vitessen aan 
wat me geregeld deed puffen daar op de Sint Kwintensberg,
maar het was een geweldige fiets, die goed bolde.

Ook na mijn studententijd bleef ik de fiets van meme gebruiken,
tot ik na Marijs' geboorte eindelijk een nieuwe kocht, 
één op mijn maat, één met degelijk comfort.
Meme's fiets verdween naar het kot, en daar stond hij nu al meer dan 6 jaar, zelden gebruikt.
En wellicht ging hij ook niet meer gebruikt worden bij ons, 
en daarom heb ik, op dag 28 van de uitdaging of zo,
gevraagd of mijn broer de fiets kon gebruiken voor de Fietsbieb.
Ja - en dus afscheid genomen.

Die fiets is het enige voorwerp waar ik iets bij heb gevoeld,
maar tegelijk denk ik:
"Wat had die fiets hier nog kunnen betekenen?"
Niets, als ik daar eerlijk over ben, dus hopelijk zijn ze er iets mee in Oostende.

Want ook dit is een vaststelling:
het is gemakkelijker om spullen een ander leven te geven, dan om weg te gooien.

Leve de Kringwinkel en de Geefkast dus, 
leve vrienden die onze Leffe glazen kunnen gebruiken, 
leve schoonzussen die graag lezen, 
leve neefjes die graag spelen.

Ook op andere vlakken heb ik grote kuis gedaan:
300 foto's weg van mijn smartphone,
mijn inboxen uitgekuist en gesorteerd,
en dankzij Petra ontdekte ik unroll me, 
waardoor je je in enkele muisklikken uitschrijft op nieuwsbrieven:
gigantische aanrader! 

Voelen dat we teveel hebben, zal me hopelijk ook anders doen handelen - 
voorlopig is dat alleszins het geval. 

Door anders te kijken, ben ik weer beginnen flossen. 
Want de flosdraad was er, maar ik gebruikte het niet.
Ik heb schoenen gedragen die ik al zeker een jaar niet meer droeg, om weet ik veel welke reden.
Ik heb die lekkere douchegel helemaal opgebruikt - stond al meer dan een jaar in de badkamer.
Ik gebruik wat ik heb dus. 
De impact is er ook in de andere richting. 

Toen we naar Gent gingen tijdens de kerstvakantie, 
zag ik in de AS Adventure een schone set van muts, sjaal en wanten:
mooi, heerlijk warm, en niet in solden.
"Ik wacht gewoon tot 3 januari, en dan kijk ik online eens", dacht ik.
Dat heb ik gedaan, en niets gekocht.
Want ik heb mutsen en sjaals en wanten en handschoenen, 
dus waarom zou ik er nog meer nodig hebben? 

Een dag later deed ik trouwens een interview, 
en één van de geïnterviewden zei
"Als mens hebben we allemaal een leegte binnen onszelf.
We proberen die leegte op te vullen met spullen:
de nieuwste iPhone, een chique auto, dure kleren, gadgets...
Zo'n aankoop biedt kortstondig soelaas, 
maar de leegte verdwijnt er niet mee.
We moeten een andere manier vinden om met die leegte om te gaan."

Een mens zou bijna in toeval binnen geloven zeg.

Om maar te zeggen dat de missie geslaagd is én voor herhaling vatbaar.

donderdag 22 december 2016

De opruim-uitdaging: stand van zaken!

Ik ben al over de helft qua dagen – dag 22 van de 31 dagen uitdaging.
Qua aantal stuks weet ik niet precies hoe het zit,
en ik ben ook niet geneigd om uit te rekenen hoeveel ik nog te gaan heb, 
kwestie van de moed niet te verliezen.

Nochtans is het tot nu toe behoorlijk vlot gegaan.

De grootste moeilijkheid ligt hem in het feit dat je de tijd moet vinden. 
Soms is het ook moeilijk om in gang te schieten. 
'21 spullen verzamelen om weg te doen’ geeft niet altijd veel courage, dat moet ik toegeven.

Maar dan komt er een zalige zaterdagnamiddag, 
waarop de kinderen als vredige engeltjes urenlang aan een stuk zitten te knutselen, 


en waarop ik de kelder induik, 
en het ene na het andere bovenhaal waarover we in no time een consensus vinden.

Over sommige dingen moet je zelfs geen consensus vinden.
Een hele doos met handleidingen en papieren, 
waarvan ik niet eens wist dat we die nog hadden,
is de deur uit gevlogen.



Ik heb 4 voorlopige conclusies.

Een: 
Ik denk niet dat ik iets ga missen. 
Ik heb nog geen onoverkomelijke dilemma’s gehad, 
of tranen in mijn ogen, 
ik ben niet midden in de nacht opgestaan om een vuilniszak opnieuw leeg te kieperen. 
Misschien omdat ik de moeilijkste dingen uit de weg ga, dat kan. 
Maar wellicht ook wel omdat we gewoon zoveel in huis hebben, dat het niet uitmaakt. 
Gerief dat stof ligt te vergaren in de kelder, gebruik ik niet. 
Babylepeltjes zijn hier niet meer nodig. 
Lelijke postkaarten die ik al vanuit mijn kinderjaren (letterlijk!) in een doos zitten heb, ga ik nooit versturen en moet ik dus niet meer houden. 


Twee: 
De enige reden waarom ik zulke dingen nu kan weggooien, is dankzij deze uitdaging, 
die het extra zetje blijkt te zijn dat ik op dat vlak nodig had.
In dezelfde categorie bijvoorbeeld: de glazen cakevorm die ik al zeker 6 jaar heb, 
één keer heb gebruikt, waar ik totaal niet tevreden over was, 
maar die ik niet heb weggedaan want ja, 
er was nu eenmaal niets aan, dus dan doe je het niet weg. 
Nu wel dus.


Drie: 
Ik kijk met een ander oog naar dingen. 
Sowieso hou ik niet snel dingen ‘voor best’. 
Sedert ik op mijn werk trouwens het volgende meemaakte, al helemaal niet. 
Een oud vrouwtje dat ik geregeld bezocht, had een zeer mooie smaak, echt. 
Ze omringde zichzelf graag met mooi gerief, maar dat gerief gebruikte ze nooit. 
Ah neen, het was te mooi, te nieuw, het was haar te dierbaar. 

Wat gebeurt er? 
Madam verhuist naar een rusthuis, 
al haar gerief wordt in dozen verzameld, 
en de dozen worden afgezet in de Kringwinkel. 
Bye bye nooit gebruikte, prachtige spullen. 

Dat wil ik dus vermijden: gebruiksvoorwerpen zijn er om te gebruiken, en dat doe ik.
Extra nu.
Theelichtjes: laten we ze maar opbranden.
Al die schildersdoeken en knutselpakketten: een hele namiddag plezier aan gehad!
 Cadeaupapier: laat ik het maar eerst opgebruiken voor ik nieuw koop. 


(Daarin ben ik ook wel bevestigd, trouwens: 
Groentebouillonblokjes, iemand?)


Vier: 
Ik heb niet eens zoveel weggesmeten als ik dacht. 
Op Instagram had iemand gereageerd toen ik een fotootje postte over de uitdaging: 
“Heb jij dan zoveel rommel?” 
Welneen, eigenlijk niet dus. 
Wel hebben we veel dingen die wij niet meer gebruiken, 
maar die wel nog gebruikt kunnen worden. 

En in die zin is deze uitdaging echt fijn: ik heb al veel uitgedeeld. 

Looptijdschriften gingen in de Geefkast van de bibliotheek, 


kleren naar de dochter van de nicht, 
boeken en spelletjes als extra kerstcadeautjes voor zaterdagavond, 
heel wat spullen staan klaar voor de Kringwinkel, 
theelichthouders nam ik mee naar mijn werk voor Wereldlichtjesdag.

Uitdelen en hergebruiken is leuk.

En nu dus, de laatste loodjes.

Al denk ik: als ik écht had geteld, dan was ik er misschien al.
Tien babylepeltjes heb ik namelijk als één geteld.
 Idem met 7 verdroogde verfpotjes, 
300 foto’s op mijn smartphone die gewist werden, …

De laatste loodjes, met enige marge dus.
De uitdaging is hoe dan ook nu al geslaagd!
(Als ik maar niet denk aan hoeveel er nog moet volgen.)

zaterdag 17 december 2016

Afwegingen

Daar waar Marijs vorige week vrijdag al om 19h compleet uitgeteld onder het zeil lag, 
stond ze gisteren te popelen om naar het Chirofeestje te gaan.
Niet in het minst omdat er een cadeautje aan vasthing.
Elk kind diende namelijk een klein geschenkje mee te brengen, 
en zou zo met een ander klein geschenkje naar huis keren.

"Ze kreeg een strip. Ze is ontgoocheld", sms'te Karel.

Ik kon het zien aan haar gezicht toen ze binnenkwam.
Ze probeerde zich sterk te houden, maar het lukte niet,
en vloog algauw in mijn armen terwijl de tranen over haar wangen rolden.
Het verdriet was groot, en oprecht. 
Ze snikte erbij.

Ik snapte Marijs wel.
Een strip is een mooi cadeau, 
maar niet als je woordenschat beperkt is 
tot wat je geleerd hebt in drie en halve maand eerste leerjaar.

"Hang je jas aan de kapstok, en kom dan terug."
Al snikken deed ze wat ik vroeg.
"Hef nu eens het deken op."

Er lag een glinsterend cadeau onder. 
Mijn reactievermogen op Karels berichtje was snel geweest.
In de kelder lagen nog 2 Chiro-kerstcadeautjes.
Twee die niet gebruikt gingen worden - 
Palle kon gisteren niet gaan wegens ziek, 
en Ida kan niet gaan omdat de Chiro onverwacht haar feestje verschoof van datum. 

Snotterend deed ze het pakje open, 
ik zag een lach doorbreken, 
en 5 minuten later was het het mooiste dat ze ooit gekregen had.


Een swingend en zingend rendier van € 5,79 uit de Action - Marijs heeft niet veel nodig.
Ik ook niet, want ik had weer iets om over te sikkaneren.

Enerzijds was ik oprecht gelukkig dat ze weer straalde, enkel en alleen dankzij
 een onnozel pakje dat één dezer dagen toch geopend ging worden.

Anderzijds voelde ik me een beetje... hoe zou ik zeggen... niet akkoord met mezelf.

De essentie van het feestje was natuurlijk niet het cadeau.
Ze zou al moeten blij zijn dat ze iets krijgt, tout court. Ze krijgt, en heeft, al zoveel.
Ik had haar ferm kunnen toespreken en haar dat zeggen.

Bovendien is het leven nu eenmaal zo dat je soms mottige cadeaus krijgt,
en dan staat er zelden een back up voor je klaar die wat beters tevoorschijn tovert.
Soms ben je  ontgoocheld - dat hoort erbij. 
Zoiets moet je leren, en dat gaat niet als je ervoor afgeschermd wordt. 

Het is net als met fietsen - je moet enkele keren met je klikken en je klakken op de straat vallen,
of als met zwemmen - je moet een  paar ferme slokken water binnenkrijgen.

Maar ik heb niets gezegd van dat alles.
Ik kreeg het niet over mijn moederhart. Echt niet.

Gelukkig dat opvoeden een werk van lange adem is.

zondag 4 december 2016

De opruim-uitdaging

Wij zijn een behoorlijk strak georganiseerd gezin. 
Veel vaste gewoontes en structuren,
een old school family planner waarop elk het zijne noteert,
en wie hier batterijen, de autosleutel, een balpen of een perforator zoekt,
 hoeft niet heel het kot af te breken voor hij die in zijn handen houdt.

Ook op andere vlakken marcheert dat hier goed.
Weinig kans dat er ooit geen shampoo of douchegel in huis is,
al helemaal niet nu we sinds enkele weken een gloednieuwe, deftige badkamer hebben 
waarin het fijn is winkeltje te spelen.


(Idem voor: pasta, choco, confituur, sojamelk, cola, bloem, suiker, conserven, en noem maar op. 
Een mens zou haast denken dat ik in een vorig leven veel tekorten heb gehad.)

Planmatige Lieve? Ziehier alle kerst en andere cadeaus die de komende weken uitgedeeld worden!


Planning, routine en organisatie: check.
Overbodige brol in huis: dubbelcheck.

Het is echt niet dat je hier over de bergen rommel struikelt,
een uitzonderlijke dag eens niet te na gesproken.

Maar we hebben wel véél. 

maar ook in onze leefruimtes hebben we veel, misschien wel teveel.

Ik weet dat er een Marie Kondo hype door Blogland is gegaan een tijd geleden, 
maar die is eigenlijk wat aan mij voorbij gegaan.

Toch zijn hebben, nodig hebben, kopen, goestjes, verspillen, minimaliseren enzoverder 
thema's die me wel bezig houden. 

En toen ik mezelf onlangs op werkgebied wat vragen begon te stellen, 
staken die thema's opnieuw de kop op.

De ene vraag bracht de andere met zich mee.

Wat als ik ooit zou veranderen van job? 
Wat als ik minder geld zou verdienen? 
Wat als ik wat minder zou gaan werken? 
Wat heb ik eigenlijk nodig om comfortabel te leven? 
Wat is comfortabel leven?
Heb ik alles nodig wat ik heb?
Waarom draag ik zeker een derde niet van alle kleren die ik heb?
Heb ik teveel kleren? Koop ik te impulsief? 
Heb ik wel een uitgesproken kledijstijl? Wat zie ik eigenlijk graag? 
Wat hebben de kinderen nodig?
Hebben ze teveel? Verwennen we hen? Zijn ze teveel gewoon?
(Een keer dat zulke dingen beginnen bij mij, is er geen houden aan.)

Bovendien ben ik op mijn werk momenteel een interview aan het voorbereiden over de vraag:
"Wat vindt de gemiddelde mens eigenlijk écht belangrijk in zijn leven?"
en bots ik op de ene na de andere passage die ik kan toepassen bij mijn huidige gedachtegang.


Ik dacht net niet: dit is een teken van het universum,
maar ik dacht wel: 't is de moment!

Dus ging ik met mezelf een uitdaging aan.

Gedurende de hele maand december ga ik opruimen: weggooien, uitdelen, naar de Kringwinkel of de Geefkast van de bib brengen, elders in gebruik nemen, whatever: als het maar Nummer 81 verlaat.
Bedoeling is dat dit in stijgende lijn gaat: op dag 1 gaat één stuk de deur uit, dag 2 twee stuks, dag 3 drie, en ga zo maar verder, tot ik op 31 december 31 stuks wegdoe.
Bedoeling is om uiteindelijk 496 dingen een andere bestemming te geven deze maand.

Op dag 1 gooide ik dit gebroken theelichthoudertje weg.
Al jaar en dag stuk en nog maar zelden in gebruik, maar om sentimentele redenen 
- want ooit gekregen van Sofie (die wellicht al totaal vergeten is dat ze me dit gaf) -
bleef het in de kast staan. Sofie, I still love you, maar toch weg ermee!


Vandaag is 4 december, dus in totaal 10 stuks verdwenen al uit Nummer 81,
 en dat ging zonder al teveel denkwerk of kopzorgen - integendeel zelfs! 
Het betekent ook dat er nog 486 stuks te gaan zijn. 
Als ik dit zo zwart op wit zie staan, lijkt dat haast onmogelijk veel... 
Maar toch ga ik het proberen, 
al is het maar om wat praktijk te voegen bij dat soms veel te theoretische hoofd van mij.

Geen goesting om mee te doen?
Petra, Palle en Marijs zijn ook al de uitdaging aangegaan!

donderdag 10 november 2016

Moeder-jongste dochter-date

Marijs heeft de meeste kleren,
mocht bepaalde dingen veel eerder dan haar broer en zus, 
moest sneller uit de buggy, 
was kleiner toen ze voor het eerst ver op reis ging...
Kortom, Marijs is een typisch derde kind.

Nadeel als derde kind is dat je soms een beetje over het hoofd gezien wordt.
Dat bleek bijvoorbeeld ook bij die fotograaf die wat gezinsfoto's van ons maakte:
prachtige, grote foto's van Dochter 1 en Dochter 2 in zijn living,
en Dochter 3... Euh ja, dat stond nog op de planning.
Om maar te zeggen dat we heus niet de enigen zijn.
Anyway.

en met Marijs... lukte niets op het einde van het derde kleuter. 

Gelukkig zijn we nog geen volledig trimester ver in het eerste leerjaar, 
dus zo gigantisch veel te laat was ik nu ook weer niet. 

Wij dus zaterdagavond naar Oostende, 
waar we logement vonden bij de nichtjes, mijn broer en schoonzus.
Want had Marijs niet onlangs gezegd dat ze zo graag nog eens naar nonkel Maarten en tante Aline wou gaan? Missie geslaagd.

Waarschijnlijk was ze er ook liefst de hele zondag gebleven,
dus mijn plan om samen een standwandeling te doen, werd vervangen door een spelletje 'Levensweg'.
De zee zagen we toen we Fort Napoleon bezochten, op zoek naar Spiekpieten.



Zelf was ik er niet wild van, 
maar Marijs wel, en daar draaide het om, dus bij deze: nog een missie geslaagd.



Daarna trokken we richting hometown.

We waren van plan frietjes te gaan eten, 
maar ik voelde me zo ellendig dat ik met een Apranax in mijn botten 
een uurtje onder een deken in de zetel kroop, 
om daarna net sterk genoeg op mijn benen te staan om naar de musical 'Pinokio' te gaan.
Gelukkig maar, want die was echt wel de moeite.


"Ik weet echt niet wat ik het leukste vond van de dag, mama."


Ik alvast het samenzijn met jou, Marijsje.

zondag 6 november 2016

Elke dag veggiedag

Ik dacht: misschien moet ik eens iets posten over wereldveggiedag op1 oktober. Mislukt dus.
Niet getreurd echter: in Nummer 81 is het élke dag veggiedag, 
en dat al sinds... altijd.

Zowel Karel als ik zijn al meer dan de helft van ons leven vegetariër, 
en het sprak dan ook voor zich dat we onze kinderen geen vlees en geen vis gingen voorschotelen.
De meest hatelijke reactie die daarop kan volgen, is deze:
"Dat jullie geen vlees eten: oké. Maar jullie kinderen? Dat is toch echt jullie visie opdringen?"
Tuurlijk is dat onze visie opdringen - zoals elke vleeseter ook doet, niet?
Mij maakt het niet uit wat iemand anders zijn kinderen te eten geeft, 
maar hoe dan ook dring je je mening op.
Of je je kroost nu vlees voorschotelt, of niet.

Gelukkig lijken de tijden van de idiote opmerkingen wat achter de rug.
Yes, wij zijn nog vegetariërs uit de tijd dat je enkel kaaskroketten als alternatief kreeg op restaurant, als men geen vis voorstelde tenminste, en ik kan niet tellen hoeveel keer ik de vraag kreeg: "Maar sla leeft toch ook?" Echt waar: been there, heard that, een miljoen keer. 

De meest typische reactie momenteel is deze: "Maar ik eet ook bijna geen vlees hoor."
Echt, mij maakt het niet uit of iemand anders al dan niet vlees eet, en wie denkt zich te moeten verantwoorden tegenover mij, zit misschien zelf met gewetenswroeging? 

Voor mij is het alleszins duidelijk waarom ik al 20 jaar vegetariër ben.

Oorspronkelijk vanuit de overtuiging dat het niet nodig is om dieren te kweken en te doden, enkel en alleen omdat ik ze in mijn mond zou kunnen steken - die overtuiging heb ik nog steeds. (De omstandigheden waarin sommige van die dieren 'leven', doen soms mijn hart keren trouwens. Of de aanblik van een vrachtwagen vol dieren op weg naar het slachthuis: echt niets voor mij.)

En er kwamen argumenten bij bij: de hormonen en andere verhalen die de vleesindustrie niet bepaald in een mooi daglicht zetten, en zeker ook de impact op onze eigen ecologische voetafdruk.

Dus in Nummer 81 elke dag Wereldveggiedag!

Dat is trouwens helemaal niet moeilijk, met alle vervangers die er de dag van vandaag op de markt zijn. Alle gerechten met gehakt bijvoorbeeld, kan ik ook maken - ik gebruik gewoon de vegetarische variant. Macaroni met hesp, is macaroni met quornblokjes bij ons. Het is trouwens ook niet zo dat je per se vleesvervangers moet gebruiken, maar het maakt een vegetarische maaltijd soms iets toegankelijker. Onze kinderen willen soms ook wel eens gewoon worst eten. (Momenteel zijn ze trouwens net zo overtuigd vegetariër als hun ouders - benieuwd of dat zo zal blijven. Ik moet daar niet kinderachtig over doen: ik hoop echt van wel, al ligt die beslissing natuurlijk bij hen.) 

Wat Karel en ik wekelijks meenemen naar het werk, is een wokschotel.

Kort samengevat: 
allerlei groenten in de wok, vaak met een 'echte' vleesvervanger of linzen of kikkererweten, 
met rijst of pasta of gelijk wel restje er nog is, een kruidenzakje van Delhaize erbij, 
in een Tupperware pot, en hopla, geen boterhammen de volgende middag.



Ik noem dat al jaren 'koken op zondag'. Food prepping, zo klinkt het bij de hippere mensen.

Het houdt in dat ik de zondag enkele cd's uitkies, een fles cola opendraai en me terugtrek in de keuken. Enkele uren later heb ik dan zoiets om in de frigo en de diepvriezer te steken, en moet ik minstens enkele dagen niet denken aan koken.


Want koken, dat is een noodzakelijk kwaad voor mij: ik doe dat echt niet graag.

Ik ben het soort mens dat kan overleven 
op croque monsieurs (zonder hesp dus),
pizza (zelfgemaakt, extra lekker) 


en soep - hebben we zo goed als altijd vers in huis.


Helaas zou dat niet bepaald een goed voorbeeld zijn, 
dus vind je me toch geregeld achter het fornuis terug.
En is het vegetarisch, en is er weinig werk aan, 
dan is het echt iets voor mij.